Clever fox tales
Gratis kinderverhalen op basis van spreekwoorden en gezegden


 

Er zijn veel vlinders die ontkennen eerst een rups geweest te zijn (=mensen met succes willen vaak graag vergeten waar ze vandaan komen) 

 


 

Nina en Sam zijn bij Nina thuis. Het is zo warm, dat ze vanmiddag vrij hebben van school. Het was ook niet te doen. De klaslokalen waren zo heet dat Nina het gevoel had dat ze als een ijsje aan het smelten was. Hoe moesten ze leren in die hitte? Ze is dus blij dat ze om 12 uur naar huis mocht. De moeder van Sam moet werken en dus mocht hij met Nina mee naar huis. Reuze gezellig!

 

Tekening door Lotte, 5 jaar. Bedankt Lotte, door deze tekening kreeg ik het idee voor dit verhaal

 

Maar nu ze eenmaal thuis zijn, valt het toch een beetje tegen, het is thuis namelijk ook belachelijk warm. De moeder van Nina geeft ze als uitzondering als toetje na de lunch een waterijsje. Dat was heerlijk koel, maar nu het op is, hebben ze het weer heel heet. Ze proberen zich rustig te houden, maar ondanks dat loopt het zweet nog steeds van hun neuzen. 

 

Tekening door Lauren, 6 jaar

 

"We vervelen ons...", zegt Nina tegen haar mama. "Ga dan met z'n tweeën iets leuks doen.", probeert mama. "Maar wat dan?!?", zegt Nina traag. "Ik weet het ook niet. Tekenen?", "Nee....", "Kleien?", "Nee, ook niet... Mogen we koekjes bakken?", vraagt Sam. "Dat is een leuk idee, maar met deze hitte is het niet heel handig om de oven aan te zetten, dan wordt het namelijk nog warmer in huis.", zegt mama.

 

Tekening door Annemieke

 

Nina en Sam blijven nog even hangen op de bank, Nina ligt op de leuning van de bank en Sam ligt ondersteboven met zijn hoofd naar beneden. Sam ziet er grappig uit met zijn haren recht overeind. Ze weten echt niet wat ze moeten doen. Mama wordt er helemaal zenuwachtig van. "Dan neem ik een beslissing voor jullie,", zegt mama, "buiten is het warm, maar misschien valt het in de bos wel mee. Ga daar maar spelen.". "Het BOS? Mama! Wat moeten we daar doen?". "Dat maakt me niet uit, ga lekker rennen, klimmen, op je kop staan, verzin maar iets." zegt mama onverbiddelijk. Nina en Sam horen aan mama's stem dat protesteren geen zin zal hebben.

 


 

Ze lopen langzaam naar het bos in de buurt van Nina's huis. "Wat zullen we daar doen?", vraagt Nina aan Sam. "Ik weet het niet.", zegt Sam, "Zullen we eekhoorntjes zoeken?". "Oké...", Nina heeft er niet heel veel zin in, maar kan ook niets anders verzinnen. Eenmaal tussen de bomen gaan ze apart van elkaar op zoek. "NINA!!!", "Heb je een eekhoorntje gezien?". "Nee, ik zie iets heel raars, kom eens kijken!". Nina rent naar Sam toe. "Misschien wordt het toch nog spannend, leuk.", denkt ze. Eenmaal bij Sam, ziet Nina dat haar vriend heel geschrokken de boom in kijkt. Nu vindt ze het eigenlijk weer te spannend. Nina kijkt naar de plek op de boom waar Sam ook naar kijkt. Nu ziet ze het ook, het is inderdaad HEEL raar. Ze zien een soort harige knobbel die aan de boom geplakt zit. "Wat zou het zijn, Sam?". "Ik weet het niet, Nina? Ik vind het eruit zien al een ei, maar geen gewoon ei, misschien is het wel een ei van een buitenaards mannetje!". Nina voelde haar hart in haar keel kloppen. Wat nu als Sam gelijk heeft? Ze kijkt om zich heen en ziet op 2 andere bomen precies zulke eieren zitten. Nina laat het Sam zien. "We moeten iets doen! De hele wereld kan in gevaar zijn, misschien wel de hele straat!", zegt Sam. De paniek is zijn stem te horen. "Goed nadenken nu, we moeten een plan maken.", zegt Nina.

 


 

"Oké, misschien moeten we één ei open maken, gewoon om te zien wat erin zit.", zegt Nina "Dat is een goed plan, maar deze eieren zitten te hoog voor ons om erbij te kunnen.". "We moeten een ei zoeken dat lager zit.", antwoordt Nina. Met dit plan in gedachten lopen ze door het bos. Het duurt niet lang of ze hebben inderdaad een bobbel gevonden die laag genoeg zit. 

 


 

"Wat nu?", vraagt Nina, "Misschien geen goed idee om er met onze handen in te wroeten...". "Nee, misschien niet...", zegt Sam, "Een stok zoeken en erin porren?". Nina kijkt om zich heen voor een goede tak en die heeft ze snel gevonden. "Doe jij het, of zal ik het doen?", vraagt Nina, die stiekem hoopt dat Sam met de stok in het nest wil prikken. Ze vindt het zelf best wel eng en spannend. "Samen?", antwoordt Sam. "Oké, tel jij tot 3?", vraagt Nina."Eén, twee, DRIE!", aan zijn stem is te horen dat ook Sam het spannend vindt. Samen duwen ze de stok in het nest. Ze kijken voorzichtig door het gat in het nest. "Geen buitenaards mannetje.", zegt Sam enigszins teleurgesteld, "Nee, maar wat zijn die stokjes?", vraagt Nina. Ze kijken nog eens goed en zien dat het rupsen zijn! Dat is raar, maar gelukkig geen gevaar voor de wereld of de hele straat. 

 


 

Ze lopen opgelucht weer terug naar het huis van Nina. Thuis drinken ze een lekker glas limonade met ijsklontjes en eten ze een appel met kaneel en rozijnen, mmmm, lekker. Daarna wordt Sam opgehaald, gaat Nina lekker avondeten, rijst met zoet-zure kip. 's Avonds brengt papa haar naar bed. Ze vertelt papa van de nesten, die niet van buitenaardse mannetjes waren, maar van rupsen. Papa schrikt een beetje en vraagt haar hoe de rupsen eruit zagen. "Ze waren ongeveer net zo groot als 2 rijstkorrels achter elkaar, bruin en harig.". Papa loopt naar de gang en roept mama. Ze fluisteren tegen elkaar en zeggen dan tegen Nina dat ze even onder de douche moet. Ze bellen ook de ouders van Sam. 

 


 

Als Nina weer in bed ligt, legt papa uit: "Die rupsen heten eikenprocessierupsen. De haren van die rupsen zorgen voor heel veel jeuk en rode vlekjes op je huid. Ze gaan allemaal dicht bij elkaar zitten in een nest, als ze eruit komen zijn het vlinders, of eigenlijk bruine, hele harige nachtvlinders. Kijk maar". Papa laat een plaatje zien op zijn telefoon. "Ik denk dat jij en Sam morgen van die jeukende bultjes zullen hebben. Vervelend, maar het gaat vanzelf over, probeer maar niet te krabben.".

 


 

De volgende dag zitten Sam en Nina inderdaad helemaal onder de bultjes. op de armen, benen en zelfs in het gezicht. Hun ouders hebben ze ingesmeerd met een verkoelend zalfje en dat helpt wel een beetje. "Gelukkig worden het vlinders, geen buitenaardse mannetjes.", zegt Sam. "Nee, maar wel hélé lelijke, bruine vlinders!", zegt Nina en daar moeten ze allebei een heel klein beetje om lachen.